Na de bekendmaking van het parcours van de Tour de France, was het tijd voor de organisatie van de Giro om te onthullen wat ze in petto hebben voor de renners die meedoen in mei volgend jaar. De route lijkt evenwichtig te zijn verdeeld, voor ieder type renner is er wel wat. Er zijn drie tijdritten, zes sprintetappes, zeven middelzware etappes voor vluchters en vijf zware bergetappes.

Drie keer tegen de klok
De ronde gaat van start met een tijdrit van 8,6 kilometer (geen proloog, want die mag maximaal 8 km lang zijn) in Hongarije door de stad Budapest. Het parcours is lichtglooiend. Halverwege de ronde moeten de renners nogmaals tegen de klok, maar dan in een 33,7 kilometer lange rit. Deze tijdrit is nog wat glooiender en zal de belangrijkste tijdrit zijn in de ronde. In de laatste tijdrit in Milaan is het wel vlak. Over een parcours van 16,5 kilometer snellen ze naar het einde van de ronde toe. Het ligt aan de tijdverschillen, maar hier kunnen de laatste plekken in het klassement worden veroverd.

Zes keer sprinten?
De sprinters krijgen (op papier) zes keer de mogelijkheid om voor de etappeoverwinning mee te doen. De meeste sprintkansen zitten in het begin van de ronde. Maar daarna is het vooral overleven in de heuvels en bergen om mee te kunnen doen aan de latere sprintetappes. En overleven moeten ze ook al tijdens sommige zogenaamde sprintetappes. In etappe 6 gaan ze over de Portella Mandrazzi, geen zware klim maar toch meer dan 1000 meter hoog. Dat zullen de sprinters vast overleven, maar stiekem hoop ik toch dat er een vluchter het op zijn heupen krijgt en het peloton weet voor te blijven.

Middelzware etappes: voor vluchters of klassementsrenners?
Het hoeven niet altijd de bergen boven de 2000 meter te zijn die het klassement door elkaar husselen. De etappes met korte, maar soms steile klimmen kunnen vaak voor een verrassing zorgen. Het is altijd belangrijk om op je hoede te blijven bij deze etappes in het middengebergte. Het leukste zou zijn als we twee finales krijgen: één voor de vluchters en één voor de klassementsrenners. Kijk maar naar etappe 4 met op het einde een klimmetje van vier kilometer naar Agrigento. Geen lange klim, maar in het begin toch stroken van 10 procent. Zit je te ver of voelen je benen net niet top, dan kan je daar als klassementsrenner toch wat tijd verliezen.

De zware bergetappes
Veel fietsliefhebbers kijken het meest uit naar de zware bergetappes, die vaak beslissend zijn voor het klassement. Die liefhebbers worden in de laatste week op hun wenken bediend. Maar je kan ook al genieten in de eerste week. Tijdens de vijfde etappe finishen ze op de Etna. Net iets meer dan 18 kilometer klimmen met een gemiddelde van 6,8% en in de laatste drie kilometer zitten er stroken van 10%. Hier wordt al deels duidelijk wie er goed is en wie niet.

Maar in de laatste week gaat het echt gebeuren. Met vier aankomsten bergop! De Stelvio zal het hoogste punt zijn in deze ronde met een hoogte van 2758 meter. Daar moeten ze in de achttiende etappe over. Totaal heeft die etappe 5400 hoogtemeters. En twee dagen later, moeten ze weer meer dan 5000 hoogtemeters bedwingen. De etappe gaat over de Franse grens via de Colle dell’Agnelo en daarna volgen nog Col d’Izoard, de Montgenèvre en uiteindelijk de finish in Sestriere op 2035 meter hoogte. Alleen al van het profielkaartje breekt het zweet mij uit.

Voor wie?
Doordat de Giro meer tijdritkilometers heeft dan de Tour de France, zal de Giro voor sommige klassementsrenners met een goede tijdrit in de benen (zoals een zekere Tom D.) een betere keuze zijn. Maar dat betekent niet dat je niet goed moet kunnen klimmen. Eén ding is duidelijk: de winnaar van de Giro zal een complete renner moeten zijn.