De mooiste en met afstand meest spectaculaire cross van het seizoen! Zo gaat bij velen de wereldbeker Cyclocross van Namen 2019 het geheugen in. Het parcours rondom de Citadel van Namen staat garant voor spektakel en daarbij deden de weergoden er voor dit jaar nog een schepje bovenop. Specialized nam ons mee naar de Citadel en stuurde ons het parcours op. En wanneer je zondag op je bank de wedstrijden hebt gezien denk je misschien dat je net als de profs het parcours over zou kunnen fietsen, “maar dan iets langzamer”. Zelf rij ik wekelijks crosswedstrijden op nationaal niveau en hieronder mijn ervaring.

Crossen op hoogte
Gewapend met een Specialized Crux crosser, rijden we richting de Citadel. In de stad merk je nergens ook maar iets van het feit dat er dit weekend een Wereldbeker plaatsvindt. De Citadel ligt op een heuvel die hoog boven de stad uitsteekt en via een klim van zo’n twee kilometer aan 5%, staan we ineens op de Esplanade van de Citadel. De start, de finish, materiaalpost, tenten en frietkotten: we staan er midden tussen.

Groenendaal en Rochette wijzen de weg
Om er voor te zorgen dat we ongeschonden over het parcours komen, gaan we de eerste ronde de cruciale punten verkennen samen met Richard Groenendaal en Maghalie Rochette. Rochette rijdt voor het Specialized/Feedback team en is de huidige Canadees en Pan-Amerikaans kampioen bij de vrouwen. In het begin van het seizoen won ze de wereldbeker cross van Iowa. Het parcours van Namen vergt meer kunde dan ‘tussen de linten blijven’. Het heeft de voorgaande dagen geregend en dat het dan vettig en modderig is, is geen verrassing. We steken wielen met de banden met het meest grove profiel welke Specialized heeft, de S-Works Terra.

De Terra banden met grof profiel

Vettig met stenen
Vanaf de start gaat het direct omhoog naar het hoogste punt van het parcours. Een steile klim waarbij het niet ‘gewoon’ bergop fietsen is. De toplaag is, op het hele parcours, vettig en daaronder liggen flink wat stenen die je maar beter kan ontwijken. Het grove profiel laat zich direct gelden, want met het reguliere profiel sta je hier halverwege al geparkeerd. Dat belooft wat voor de rest van het parcours.

Het parcours slingert naar beneden, tot we weer op de Esplanade zijn. Het lijkt op het oog een mooi lopende afdaling, maar ook hier is het een wirwar van wortels en liggen er veel stenen. Het parcours bestaat uit twee lussen, waarbij de Esplanade deze scheidt. De tweede lus daalt vanaf de brug af tot het laagste punt. Dit is het deel van het parcours waarover vooraf veel is gezegd en geschreven. De lange slijk-afdaling door het bos, die via ‘de trap’ uitkomt op de kasseien. De afdaling begint relatief makkelijk. Je draait in een flauwe bocht de glibberige afdaling in.

Het tweede deel van de afdaling is op z’n zachts gezegd een uitdaging. Onder het slijk liggen enorm veel boomwortels en het is hard werken om je fiets onder controle te houden. Ook hier ben ik blij dat ik met het grove profiel banden rijd, want het is enorm glad. Dat ondervind ook Rochette, die wegglijdt over een onderliggende boomwortel en vlak voor mij een duik in het slijk maakt. Gelukkig valt ze niet hard en kan ik haar ontwijken.

Het eerste (makkelijke) deel van de afdaling. Christine Majerus van Boels Dolmans was op zaterdag ook al aan het verkennen.

‘De Trap’ en de kasseien
Erwin Vervecken heeft het parcours van Namen opnieuw uitgezet en een wens daarbij is om de kasseien klim daarin mee te nemen. De enige manier om daar te komen is via een betonnen trap naar beneden. Om deze geschikt te maken voor de cross hebben ze deze uitgevlakt met zandzakken en egaal gemaakt met zand. Nadat we twee keer over deze trap zijn afgedaald, was het spoor al diep genoeg om de stenen trap onder de wielen te voelen. Gedurende de verkenning zou het alleen nog maar erger worden en vooral de laatste knik om op de kasseien te komen bleek erg lastig.

Kasseien en regen staan bekend als een combinatie die erg glad is. Wanneer je banden dan helemaal vol zitten met het Waalse slijk, is de grip helemaal ver te zoeken. We glibberen over de kasseien en de vergelijking met de koppenberg wordt meerdere malen genoemd. Het is steil en glad en de kasseien liggen er zo slecht in dat het zoeken van een ritme bijna niet te doen is. Het laatste stukje van de klim gaat over in iets dat ooit asfalt was om daarna linksaf de schuine kant op te draaien.

De kasseien!

Off-camber
De off-camber sectie, zoals de schuine kant ook wel genoemd wordt, is misschien wel het meest bekende beeld van de Citadelcross. Met de hartslag op de limiet van de lange klim, draai je de schuine kant op. De kunst daarbij is om proberen het hoogste spoor aan te houden. Sturen met je schouders en ‘de druk op de dal-ski’ aldus Richard. Je linker pedaal naar beneden en daarmee de balans zoeken. Eventueel je rechtervoet uitklikken om bij te pikkelen. Het verraderlijke aan de off-camber sectie is dat deze langzaam naar beneden loopt, waardoor je makkelijk snelheid maakt. En de sporen zijn niet mooi recht.

Kuilen, gaten, hobbels en de nodige boomwortels laten je stuur alle kanten op gaan. Als je er alleen rijdt kan je dit redelijk aan zien komen en kan je goed vooruit kijken. Ondanks dat ik in het bovenste spoor begin, gebeurt het de eerste paar keer dat ik al snel een of twee sporen lager schiet. Dit betekend dat je al gauw tien centimeter lager uitkomt. Neemt niet weg dat ik er fietsend doorkom, iets dat niet iedereen direct lukt.

Het idee van Richard is om, net als in de koers, wiel aan wiel de schuine kant te rijden. En dan merk je pas echt hoe lastig het is. Je rijdt op het wiel van je voorganger en hebt dus geen zicht op het spoor. We beginnen netjes achter elkaar, maar binnen no-time schieten de renners het spoor uit en eindigen aan de linkerkant in de doeken. Het is grappig om te zien, dat wanneer er één renner naar links schiet, er zo twee of drie achteraan schieten. Het is een knap staaltje stuurmanskunst om hier de juiste lijn te houden.

Proberen het juiste spoor te houden is een stuk lastiger in een groep

Steil, steiler, steilst
Na de schuine kant gaan we rechtsaf. De modder en slijk die daar ligt is dusdanig dik, dat fietsen geen zin heeft. Lopen dus! Met de fiets op de nek lopen we tot het weer wat afvlakt en het weer te fietsen is. Dit is maar van korte duur want het parcours stuurt ons een kort maar enorm steil klimmetje op. Dit is zo steil, dat ik mezelf omhoog hijs aan de doeken. De ondergrond heeft geen enkele grip en met de schoenen dwars, is het worstelen om boven te komen. En dan ben je boven, draai je 180 graden en is de afdaling van een gelijkwaardig kaliber. Steil, slijk en hellend naar links. Dit is het punt van het parcours waar we het langst hebben gestaan. Hoe gaan we hier naar beneden?

De twijfel…..

De eerste keer lopend, maar na veel discussiëren over het juiste spoor en de beste techniek toch maar gewaagd om ‘de duik’ te maken. Verstand op nul en gaan. Je voelt dat je fiets naar links glijdt en pas onderaan krijg je weer grip en kan je langs de afbakening van het parcours sturen. Door de hevige regenval was dit op de zondag nog een pak lastiger en wellicht de plek op het parcours waar de meeste valpartijen waren.

Het laatste obstakel, na een lange dalende strook, is een ‘muur’. Een loopstrook die zo steil is dat ook hier hulp wordt gezocht aan de doeken langs het parcours. De ondergrond is hard en het lijkt alsof er beton onder ligt. Het is heel lastig om hier met je schoenen grip te krijgen. Helemaal aan de linkerkant ligt een strookje gras/modder/slijk dat na twee rondes onherkenbaar is. Alsof je benen nog niet verzuurd zijn van de combinatie van de kassei-klim, de schuine kant en de strook heuvelop. Afijn, bovenaan de klim zijn we weer op de Esplanade en na de materiaalpost zit ook de tweede lus van het parcours erop. En dan begint het ‘riedeltje’ weer van vooraf aan.

Zoeken naar grip op ‘de muur’

Creo
Een leuke verrassing tijdens het rijden op het parcours, waren de Specialized Creo’s die ze voor ons had meegenomen. Gewapend met een e-Bike moet zo’n parcours toch een stuk makkelijker zijn! Dat valt toch echt wel even tegen. Het is een feit dat de extra ondersteuning je makkelijker bergop laat rijden, maar de techniek die dit parcours van je vraagt is ook op een e-Bike erg vermoeiend. Daarbij merk ik het verschil in gewicht, waardoor deze fiets anders stuurt dan de lichtgewicht Crux, waar ik zelf al meerdere seizoenen op rijdt en dus aan gewend ben. Na een ronde of twee krijg je de fiets goed onder controle en kom je wat frisser boven bij de klimmen, maar ook met de e-Bike moet je diep gaan om dit parcours goed rond te komen.

Met de Creo in de afdaling

Afzien en respect
Mocht je de Citadelcross van 2019 nog niet hebben gezien, dan zou ik deze zeker nog even terugkijken. De hevige regenval van de zaterdagnacht en zondag hebben het parcours nog vele malen zwaarder gemaakt dan dat het al was. Daar waar ik aan het eind van de zaterdag mezelf een schouderklopje gaf, omdat ik alle hindernissen heb overwonnen, vraag ik me af of me dat op zondag ook gelukt zou zijn. De koersen die op de zondag zijn verreden waren stuk voor stuk heroisch. Dit door de combinatie van het parcours en de loodzware weersomstandigheden. Neemt niet weg dat het een schitterend parcours is waar elke renner op zijn plek terecht komt, en een slechte dag hard wordt afgestraft.

Persoonlijk vind ik crossen met natuurlijke hindernissen het mooist. Geen gekunstel met balken, aangelegde trappen en gekke obstakels. Juist de hindernissen die door de natuur zijn gevormd, maken voor mij een crossparcours gaaf. De weersomstandigheden doen daar nog een schepje bovenop waardoor bij deze editie de grofste banden onmisbaar bleken.

Balanceren op de off-camber sectie…
…dat was op zondag een stuk lastiger.
De duik…
… die op zondag nog gladder bleek
Op zaterdag was er al veel slijk en modder waardoor het parcours glad was…
…maar op zondag was dit nog veel erger. Door de hevige regenval was er geen gras meer te bekennen op het parcours.
Met als resultaat een uitgewoonde Tom Pidcock, die in de laatste ronde letterlijk van het podium valt.