De laatste jaren is er veel veranderd als je kijkt naar de banden van je racefiets. Op het oog valt het misschien wel mee, want een fietsband is qua vorm nauwelijks veranderd. Maar de technieken die er tegenwoordig in een fietsband zitten, hebben de laatste jaren een flinke sprong gemaakt. Schwalbe is naar mijn idee één van de voorlopers van de ontwikkeling van tubeless rijden, want bijna 10 jaar geleden reed ik al met hun tubeless banden.

Breder en tubeless

De komst van schijfremmen, meer ruimte in frames en bredere velgen zijn een paar belangrijke ontwikkelingen waarmee er ook ruimte is ontstaan om de raceband door te ontwikkelen. Een velg met een binnenbreedte van 19 mm is inmiddels oldschool en ook een 21 of 23 mm band wordt amper nog gebruikt. Zowel de velgen als banden zijn de laatste jaren breder geworden en een 28 mm of 30 mm band is niet vreemd op een racefiets. Daarnaast is ook de ontwikkeling van het tubeless rijden verder ontwikkeld, waardoor een binnenband niet meer vanzelfsprekend is op je racefiets.

Schwalbe Pro One tubeless banden

Een kleine drie jaar geleden presenteerde Schwalbe hun Pro One tubeless banden. Het is hun high-end raceband om mee te koersen en hij is verkrijgbaar in vijf verschillende breedtes. 25 mm, 28 mm, 30 mm, 32 mm en de onlangs toegevoegde 34 mm. De band is tubeless easy en heeft Schwalbe’s eigen Souplesse karkas, V-Guard lekbescherming en het snelle Addix racecompound. We schreven al over deze eigenschappen tijdens de lancering van de Schwalbe Pro One tubeless banden, en in dat artikel kan je de details en technieken nog eens teruglezen.

De afgelopen maanden heb ik met zowel de 25 mm en 32 mm brede banden gereden om te ervaren wat de verschillen zijn. De laatste trend is dus dat de banden steeds breder worden, maar is dat ook beter? En persoonlijk ben ik ook benieuwd naar tubeless easy, want mijn ervaring is dat tubeless banden vaak moeizaam om de velg gaan en het vullen van de latex gepaard gaat met geknoei.

25 mm vs. 32 mm: De montage en de breedte

Ik rij de banden op een set HollowGram SL 64 wielen die in m’n Cannondale SystemSix zitten. Deze wielen hebben een interne velgbreedte van 21mm en zijn geschikt om tubeless banden te monteren. Goed om te checken dat je wielen ook daadwerkelijk geschikt zijn voor tubeless banden. De 25mm banden wegen 276 gram per stuk. Ik kan de banden met de hand om de velg leggen en het monteren gaat daarmee veel makkelijker dan ik verwacht had. Datzelfde geldt voor de 32 mm banden, die ook eenvoudig om de velg gaan. De 32 mm banden hebben een gewicht van 340 gram per stuk, en daarmee zijn ze 64 gram zwaarder.

Op de 21 mm velgen meet de 25 mm band zelfs 28 mm. Met bredere velgen zoals bij deze HollowGram moet je er wel even rekening mee houden dat de band dus wat breder valt, dan de 25 mm die erop staat. Als je fiets niet ouder is dan zo’n vier jaar zal dit geen problemen opleveren, maar bij oudere frames kan een 28 mm band tegen de binnenkant van je voorvork of achterbrug aan gaan schuren. Dat is iets waar je even op moet letten bij je eigen fiets. Na de montage van de 32 mm banden, meten deze ook daadwerkelijk 32 mm en kom je daarmee niet voor verrassingen te staan. Bekijk vooraf wel even goed wat de maximale breedte is die je frame aan kan, zodat je zeker weet dat je met deze brede banden de weg op kan zonder je frame te beschadigen.

25 mm vs. 32 mm: De banden tubeless zetten

De banden oppompen lukt de eerste keer niet met de vloerpomp. Om band te laten ‘zetten’ in de velg heb je meer volume nodig dan een vloerpomp aan kan. Ik heb op kantoor de Tire Booster van Schwalbe gebruikt en thuis heb ik een compressor bij de hand. Je hoort de band in de rand van de velg ploppen en hij zit er in één keer goed op. Schwalbe geeft aan dat er bij de banden tussen de 30 en 60 ml. vloeibare latex in moet. Een flesje DocBlue is 60 ml. en afhankelijk van de band is dit dus genoeg om 1 of 2 banden tubeless te zetten. Bij de 32 mm banden heb je meer volume, dus wordt meer latex aangeraden. Ik heb bij de 25 mm banden ongeveer 30 ml. gebruikt. Bij het tubeless zetten van de 32 mm banden heb ik één flesje per band gebruikt en dat is dan de 60 ml. Hiermee zit ik aan de bovenkant van het advies.

Het flesje met sealant heeft een handig schenktuitje dat precies in een tubeless ventiel zonder kern valt. Tip is om het ventiel van de band niet onderaan te zetten, maar iets hogerop om de sealant erin te gieten (als de kleine wijzer van de klok die op 8 uur staat). De sealant kan dan door het ventiel naar het laagste punt van de band, waardoor je voorkomt dat het weer uit het ventiel spuit als je het flesje van het ventiel haalt. Nadat je de sealant hebt toegevoegd adviseert Schwalbe om direct 25 km te gaan rijden, zodat het goed verdeeld wordt in de band. Nu had ik hier op het moment van monteren niet direct tijd voor, dus heb ik ervoor gekozen om de band een paar keer flink rond te draaien en op deze manier de latex te verdelen. Blijkbaar was er één keer daarmee de latex niet goed verdeeld waardoor deze lucht verloor. Nadat ik met deze band weer heb opgepompt en er ruim 25 km mee heb gereden heeft de latex zijn ding kunnen doen en is de band ook luchtdicht. In totaal heb ik vier banden tubeless gezet en daarvan heb ik maar één keer de geadviseerde kilometers echt nodig gehad om hem goed dicht te maken.

Schwalbe geeft aan dat deze banden ‘Tubeless Easy’ zijn, waarmee ze doelen op het gebruik en de montage. Mijn ervaring met tubeless banden was tot nu toe nog niet altijd even easy. Banden die te strak om de velg gaan, niet luchtdicht raken en latex dat uit de band op de velg gaat lekken. De montage van de Schwalbe band ging eenvoudig en nadat ik ze goed in de velgrand heb laten ploppen, en kan de latex er in. De band en velg sluiten goed aan nadat ik de latex via het ventiel heb toegevoegd, is er ook nergens lekkende latex te zien. Niet bij het ventiel en ook niet langs de velgrand. De combinatie van de Schwalbe Pro One band met de HollowGram velg is wat dat betreft erg prettig en werkt ‘easy’.

25 mm vs. 32 mm: Rijden maar!

Als eerste heb ik met de 25 mm banden gereden in de testperiode. Wat vrij snel opvalt is dat de tubeless banden een heel gaaf geluid geven in combinatie met de 64 mm hoge velgen. Het zegt nog niets over de banden, maar dat zoevende geluid klinkt gewoon gaaf en geeft stiekem ook wel een beetje moraal. De banden rollen lekker licht en voelen heel vertrouwd doordat ze veel grip hebben. In de achterband heb ik 6 bar en de voorband rijdt ik met 5,5 bar maar dit mag wat mij betreft wel iets minder. Met 5,5 bar achter en 5 bar voor voelt het wat comfortabeler. Het filtert wat meer trillingen van het wegdek. Om de proef op de som te nemen heb ik ook gereden met 7 bar in beide banden, maar dan is elk hobbeltje of kuiltje goed voelbaar en is het niet echt comfortabel.

Bij de 32 mm banden kan de bandendruk nog wat lager, zonder dat dit ten koste gaat van de voelbare weerstand. 5 bar in de achterband en 4 bar in de voorband is prima wat mij betreft. De bredere band oogt wat vreemd als je over je stuur naar je voorwiel kijkt. 32 mm is wel echt breed voor een racefiets. Het is ook maar 1 mm smaller dan een crossband, waar ik in de winter mee rondrijdt. Op het asfalt bollen de banden lekker. Ik heb niet het gevoel dat de breedte van de band zorgt voor meer rolweerstand maar ik merk wel dat het iets zwaarder stuurt. Als je opzoek gaat naar de testresultaten tussen de verschillende bandbreedtes, is een smallere band sneller. Op papier is een bredere band dus minder snel, maar dit verschil heb ik niet kunnen voelen. Het zwaarder sturen is niet vervelend en na drie bochten ben je er al aan gewend, maar als je van een smallere band komt valt dit wel op. Ten opzichte van de 25 mm band is de bandenspanning nog weer wat lager en dat verhoogt het comfort op slecht wegdek.

De bredere band nodigt uit om een gravelpaadje mee te pakken. De combinatie van de brede band en de lagere bandenspanning geven je comfort en voldoende grip om harde gravelpaden te rijden. Het is niet dat ik er complete graveltochten mee heb gereden, maar de paden in de regio waarvan ik weet dat ze er goed bij liggen pak ik toch sneller mee met deze brede band.

En dan de lekbestendigheid, wat toch één van de grote voordelen is van tubeless rijden. Ik heb vanaf februari met deze banden gereden en dat zonder lek te rijden. Althans, dat dacht ik. Tijdens het wisselen van de 32 mm band viel me op dat er een propje latex aan de binnenkant van de band zat. Even goed kijken aan de andere kant en daar zat inderdaad een gaatje dat is gedicht door de latex.

Conclusie: Kies je 25 mm of 32 mm?

Je voelt het misschien al wel een beetje aankomen, maar de keuze voor een bredere 32 mm band of een (nu nog) meer gangbare 25 mm band is heel persoonlijk. De 32 mm band is een goede keus als je comfortabel je kilometers wil maken, zonder veel na te denken over bandenspanning of een onverhard paadje. Zelf kies ik de 25 mm voor een directer gevoel in de bochten wat ik vooral bij wedstrijden en op snelheid prettiger vind. Dat zijn voor mij ook de twee grootste merkbare verschillen wanneer je met deze verschillende bandbreedtes rijdt. Een directer gevoel bij de 25 mm en de 32 mm die meer vergevingsgezind is voor de renner. Op papier is de 25 mm wel sneller, maar in de praktijk is dit voor mij niet voelbaar. Schwalbe heeft met de Pro One een band die met recht het label Tubeless Easy mag dragen. Het monteren en tubeless maken van deze band gaat erg makkelijk en is voor mij geen reden meer om terug te vallen op de binnenband.

Comments are closed.